
Het werk van Henk Muller in Roemenië begon al in 1991. Inmiddels woont hij daar zelf en kan hij zich volledig inzetten voor kinderen en gezinnen die hulp nodig hebben.
Stichting Romana is in Nederland de fondsenwervende organisatie. De praktische uitvoering vindt voornamelijk plaats via de Roemeense vereniging Asociatia Cerul Esti Tu, wat vertaald kan worden als: ‘De Hemel ben jij’. Beide organisaties zijn non-profitorganisaties. De bestuursleden verrichten hun werk vrijwillig en zijn verbonden met de Adventkerk.
De stichting omschrijft haar doel als het verlenen van hulp aan mensen in nood, met bijzondere aandacht voor arme Roma in Roemenië. Daarbij ligt de nadruk niet alleen op tijdelijke hulp, maar ook op het bevorderen van zelfredzaamheid. Bovenal wil de stichting op een vrijblijvende en praktische wijze over God vertellen.
Praktische hulp en geestelijke ondersteuning
De activiteiten in Roemenië bestaan onder meer uit:
kinderprogramma’s met Bijbelverhalen, zang en gezamenlijke activiteiten;
het inzamelen, vervoeren en uitdelen van voedsel, kleding, schoenen en meubels;
gaarkeukens en maaltijden voor kinderen;
het bouwen en renoveren van eenvoudige woningen;
moestuinprojecten waarmee gezinnen zelf voedsel leren verbouwen;
gezondheidsvoorlichting, controles en massage;
het stimuleren van schoolbezoek;
schoonmaakacties in achtergestelde woonwijken;
het verspreiden van christelijke lectuur;
samenwerking met andere hulporganisaties.
Deze werkzaamheden sluiten aan bij het officiële beleidsplan van Stichting Romana. Daarin worden onder andere kinderprogramma’s, hulpgoederentransporten, woningbouw, moestuinprojecten, gaarkeukens en gezondheidsactiviteiten genoemd. Ook werkt de stichting samen met andere Nederlandse organisaties en met ADRA.
In Târnăveni is een multifunctionele ontmoetingsruimte ingericht. Daar worden kinderprogramma’s gehouden en maaltijden bereid voor kinderen uit arme gezinnen. Ook is er ruimte voor opslag van hulpgoederen en zijn er mogelijkheden voor sport en ontmoeting.
Henk vertelt dat het werk vaak heel praktisch begint: een gezin dat geen veilig dak boven het hoofd heeft, kinderen die voedsel of kleding nodig hebben, of ouders die met behulp van zaden en een stukje grond zelf voedsel kunnen verbouwen. Eenvoudige hulp kan zo uitgroeien tot een langdurige verbetering van de leefomstandigheden.
Een onverwacht geopende deur naar Pakistan
Sinds het najaar van 2025 is er ook contact ontstaan met christenen in Pakistan. Henk had niet bewust gezocht naar een nieuw werkgebied. Toch kwam hij via sociale media in contact met een jonge Pakistaanse evangelist die onder zeer moeilijke omstandigheden bij een steenfabriek werkte.
Na verschillende gesprekken en controles werd contact gelegd met plaatselijke adventistische predikanten en gelovigen. Wat begon met hulp aan enkele kinderen uit één gezin, groeide uit tot een netwerk van plaatselijke medewerkers die onderwijs en Bijbelonderricht verzorgen.
Henk beschrijft het als een deur die onverwacht werd geopend:
Soms komt er een moment waarop God een deur opent. Dan moet je onderzoeken of die weg werkelijk van Hem komt, maar wanneer dat duidelijk wordt, mag je die deur niet zomaar voorbijgaan.
Pakistan Mission School
Een belangrijk onderdeel van het werk is het Pakistan Mission School-project. Veel kinderen uit arme gezinnen kunnen niet naar een reguliere school. Schoolgeld, uniformen, vervoer en lesmateriaal zijn voor hun ouders vaak onbetaalbaar.
Daarom worden in woningen en eenvoudige ontmoetingsruimten kleinschalige lessen georganiseerd. Kinderen leren er:
lezen en schrijven;
eenvoudige rekenvaardigheden;
Bijbelkennis;
christelijke liederen;
praktische waarden zoals eerlijkheid, zorg voor elkaar en verantwoordelijkheid.

Volgens Henk zijn er inmiddels elf plaatselijke contactpersonen en worden meer dan vierhonderd kinderen bereikt. Op verschillende plaatsen vinden daarnaast huissamenkomsten, sabbatscholen en Bijbelbijeenkomsten plaats. Deze aantallen zijn gebaseerd op de meest recente rapportage van de plaatselijke medewerkers en Henk Muller.
Het onderwijsproject sluit aan bij een grote maatschappelijke nood. UNESCO vermeldt dat het percentage Pakistaanse kinderen dat niet naar school gaat tot de hoogste ter wereld behoort. Ook kinderen die wel onderwijs volgen, bereiken lang niet altijd het noodzakelijke leesniveau.
Op sabbat ontvangen de kinderen waar mogelijk ook een eenvoudige maaltijd, fruit of noten. De financiële middelen zijn beperkt, waardoor niet iedere dag voedsel kan worden verstrekt. Toch blijven veel kinderen en volwassenen de bijeenkomsten bezoeken. Volgens de betrokken medewerkers komen zij niet alleen vanwege de materiële hulp, maar ook vanwege hun verlangen naar onderwijs, gemeenschap en geestelijke hoop.
Kinderen bij steenfabrieken
Een deel van het werk richt zich op gezinnen die bij steenfabrieken wonen en werken. Daar worden bakstenen grotendeels met de hand gevormd, gedroogd en gebakken. Hele gezinnen kunnen afhankelijk zijn van het werk, terwijl hun inkomsten nauwelijks voldoende zijn om van te leven.

Veel arbeiders ontvangen voorschotten van de eigenaar van een steenfabriek. Door lage lonen en oplopende schulden kunnen gezinnen vervolgens jarenlang aan dezelfde werkgever gebonden blijven. Schulden kunnen zelfs op een volgende generatie overgaan. De Internationale Arbeidsorganisatie heeft deze combinatie van kinderarbeid en schuldgebonden arbeid in de Pakistaanse steenindustrie uitgebreid beschreven.
Kinderen werken soms al op zeer jonge leeftijd mee. Daardoor missen zij onderwijs en blijven hun toekomstmogelijkheden beperkt.
De plaatselijke medewerkers proberen deze vicieuze cirkel op verschillende manieren te doorbreken:
kinderen toegang geven tot onderwijs;
gezinnen ondersteunen met voedsel en basisvoorzieningen;
waterputten laten slaan;
kleine ondernemingen helpen starten;
sabbatscholen en huissamenkomsten organiseren;
gezinnen begeleiden die uit schuldgebonden arbeid zijn vrijgekomen.
Henk vertelt dat voor een aantal kinderen, met hulp van een jurist en via een formele overeenkomst, de schuld aan een steenfabriek kon worden afgelost. De kinderen worden vervolgens bij familie ondergebracht en blijven waar mogelijk door plaatselijke medewerkers begeleid. Vanwege hun veiligheid worden geen namen, locaties of herkenbare persoonlijke gegevens gepubliceerd.
Zelfredzaamheid in plaats van blijvende afhankelijkheid

De hulp is niet uitsluitend gericht op het geven van geld of goederen. Waar mogelijk wordt gezocht naar een manier waarop een gezin zelf inkomen kan verdienen.
Zo zijn gezinnen geholpen bij het beginnen van een kleine groentewinkel. Ook wordt onderzocht hoe ouders door middel van eenvoudige handel, landbouw of ander werk minder afhankelijk kunnen worden van noodhulp.
Ook onderwijs speelt hierbij een belangrijke rol. Door kinderen te leren lezen, schrijven en rekenen, krijgen zij vaardigheden die hun kansen voor de toekomst vergroten. Persoonlijke begeleiding helpt hen om zich te ontwikkelen en later zelfstandiger in het leven te staan.
Deze benadering sluit aan bij de werkwijze die Stichting Romana ook in Roemenië hanteert: mensen helpen in een acute noodsituatie, maar hen daarna zoveel mogelijk ondersteunen om zelfstandig verder te kunnen.
Voorzichtig werken in een kwetsbare omgeving
Christelijk evangelisatiewerk kan in Pakistan gevoelig liggen. Daarom worden de activiteiten bewust kleinschalig en terughoudend uitgevoerd. Er worden geen grote reclamecampagnes gehouden en er worden geen onnodige persoonsgegevens of exacte locaties bekendgemaakt.
De plaatselijke gelovigen werken vooral vanuit bestaande relaties, gezinnen en kleine groepen. Zo kan het Evangelie worden gedeeld zonder kinderen, medewerkers of hun families onnodig in gevaar te brengen.
Woord én daad
Voor Stichting Romana horen geestelijke en praktische hulp bij elkaar. Een Bijbelverhaal zonder aandacht voor honger en armoede blijft onvolledig. Maar voedsel en kleding zonder de hoop van Christus beantwoorden evenmin aan het diepste verlangen van de mens.
Daarom is het doel:
Het Evangelie van Jezus Christus verkondigen door woord en daad.
De kinderen ontvangen onderwijs, aandacht en waar mogelijk voedsel. Gezinnen krijgen praktische ondersteuning. Tegelijk wordt hun verteld dat ieder mens kostbaar is in Gods ogen en dat er in Jezus Christus hoop is voor dit leven en voor de eeuwigheid.
Zoals geschreven staat:
📖 1 Johannes 3:18 HSV18Mijn lieve kinderen, laten wij niet liefhebben met het woord of met de tong, maar met de daad en in waarheid.
Gebed en ondersteuning
Het werk groeit sneller dan de beschikbare financiële middelen. Er is behoefte aan lesmateriaal, voedsel, eenvoudige schoolvoorzieningen, waterputten, huisvesting en ondersteuning voor gezinnen die uit schuldgebonden arbeid proberen te komen.
Toch benadrukt Henk dat gebed het belangrijkste blijft:
“Bid vooral voor het werk. Dit is geen mensenwerk, maar Gods werk.”
Stichting Romana is een ANBI-instelling. Daardoor kunnen giften onder de daarvoor geldende voorwaarden fiscaal aftrekbaar zijn. Wie het werk in Roemenië en Pakistan wil ondersteunen, kan een gift overmaken naar:
IBAN: NL76 RABO 0305 7974 92
Ten name van: Stichting Romana
BIC: RABONL2U
RSIN: 8854.52.511
Vermeld bij een gerichte gift bijvoorbeeld ‘Pakistan Homeschool Mission’ in de omschrijving. De stichting publiceert op haar website een ANBI-vermelding en de bovenstaande bank- en registratiegegevens.
Wie meer wil weten over de activiteiten of het werk financieel wil ondersteunen, kan terecht bij Stichting Romana.





